Afdrukken

Gedragscode

ETIQUETTE, VEILIGHEID, GEBRUIKEN EN WELLEVENDHEID

Meer en meer echter wordt het recreatief buitenrijden erkend als een aparte discipline met haar eigen regels en gebruiken en de échte trek- of recreatieruiter zal zich zeker altijd op een correcte manier gedragen en de beleefdheid hoog in het vaandel houden. Naar het grote publiek toe zal men trouwens vaker trek- en recreatieruiters tegenkomen dan competitieruiters!

Zeker in het buitenrijden of het recreatief trekken, zal een correcte en beleefde houding het juiste imago weergeven van de wellevendheid te paard, zowel tegenover voetgangers – fietsers – andere ruiters , en waarom niet … voertuigen.

 

1. KLEDIJ, VOORKOMEN

Wellevendheid begint met een aangepaste, verzorgde en schone kledij. Hevige kleuren verraden een gebrek aan goede smaak en respect voor de natuur (behalve bij mistig weer en in de jachtperiode waar – om veiligheidsredenen - ook overdag met het bekende fluovestje kan gereden worden en uiteraard op de openbare weg om diezelfde redenen). Loshangende kledingstukken zijn niet alleen onverzorgd maar bovendien ook gevaarlijk. Een paard kan er van schrikken en de ruiter kan aan takken of struiken blijven hangen en ongelukken veroorzaken.

 

2. WELLEVENDHEID, EERBIED

Het voornaamste doel van de wellevendheid is het tonen dat men eerbied heeft voor anderen.

  1. TEGENOVER DE VERHUURDER VAN EEN RIJDIER
    • met het gehuurde paard voorzichtig om te springen en het de nodige rust en zorgen te gunnen
    • het te behandelen "als een goed huisvader" om het met een wettelijke term uit te drukken
    • onmiddellijk elke rit te onderbreken en de eigenaar te verwittigen van zodra het paard mankt, of een ongeval of kwetsuur heeft opgelopen
  2. TEGENOVER HET PAARD
    • geen paard te bestijgen dat gewond is, mankt, rugpijnen heeft, ziek of uitgeput is
    • het aan zijn zorgen toevertrouwde dier goed te voeden, te drenken en te verzorgen
  3. TEGENOVER LANDBOUWERS EN JAGERS
    • hun werk te eerbiedigen (zaailand, aanplantingen, maaigras enz…)
    • ieder te vergoeden die – zelfs onvrijwillig – door toedoen van de ruiter schade heeft opgelopen
    • het wild en de huisdieren niet op te schrikken
    • geen wettelijke aangegeven private wegen te gebruiken
    • men zal als principe aannemen om nooit door velden te gaan wanneer men niet zeker is dat deze niet vers bezaaid zijn. Galopperen op stoppelvelden heeft al veel paardenleed gekost! Stoppels kunnen verwondingen veroorzaken aan de voet en vaak is de ondergrond vrij hard en glad door de achtergebleven zaden
    • in modderige grond zal men niet galopperen, paarden kunnen blijven steken en zo de hoefijzers verliezen, hun pezen beschadigen of met de achterbenen de voorbenen raken en kwetsen
    • men gaat hoe dan ook, NOOIT door jonge gewassen of aanplant
    • wanneer men een omheining opent, vergeet men nooit deze op dezelfde wijze als voorheen te sluiten
  1. TEGENOVER DE NATUUR
    • geen afval of papier achter te laten op de openbare weg, of weg te werpen … zelfs niet het papiertje van uw bonbon
    • de natuurlijke stilte in een bos te eerbiedigen
    • de ruiterpaden gebruiken wanneer die er zijn
    • de bosaanplantingen en bomen niet te beschadigen
    • de natuur te respecteren
    • is men roker, dan tracht men van de vrije lucht te genieten door het roken te vermijden. Roken is trouwens gevaarlijk te paard (brandende as kan tussen zadel en paardenrug terecht komen…), en in elk geval is het VERBODEN TE ROKEN IN DE BOSSEN !
  2. TEGENOVER DE ANDERE WEGGEBRUIKERS
    • geen voetgangers, fietsers of andere weggebruikers te verschrikken of in het voorbijrijden te bespatten
    • het verkeersreglement strikt na te leven
    • eerbiedigen van de fiets- en wandelpaden
    • zich in het gelid te voegen en de snelheid te verminderen om andere ruiters of ingespannen paarden te kruisen of in te halen
    • de toestemming te vragen om een groep voorbij te steken
  3. TEGENOVER DE ANDERE RUITERS IN/BUITEN DE GROEP
    • Op stap gaan wanneer men andere ruiters kruist en … groeten.
    • Op stap komen bij het zien van vastgebonden paarden (of andere huisdieren)
    • Vertragen wanneer men langs weilanden komt teneinde de grazende dieren niet zenuwachtig te maken en op te schrikken, vooral paarden en runderen.
    • Indien men een ruiter of een groep ruiters wenst voorbij te steken, dan komt men dichterbij in een gang welke iets sneller is dan deze welke zij op dat ogenblik hebben en men vraagt de toelating om voorbij te steken.
    • Ziet men een ruiter welke moeilijkheden heeft met zijn rijdier, dan komt men op stap of men staat stil. Vermijdt raadgevingen te geven en of … te lachen!
    • Indien men benaderd wordt door een ruiter of een groep ruiters, komt men op stap en telt men hun de doorgang voor.
    • In elke geval moet men er voor zorgen voldoende verwijderd te zijn van andere paarden om trappen en slaan te voorkomen. Kan dit niet dan gaat men stilstaan om de andere groep of ruiter door te laten.
    • Wanneer, in groepsverband, een ruiter afgestegen is, wachten de andere op hem. Veel ongelukken gebeuren omdat een paard de groep wil vervoegen vooraleer de ruiter terug behoorlijk in het zadel zit.
    • Moet men om één of andere reden halt houden (gebroken teugel, losgekomen stijgbeugelriem, verloren hoofddeksel enz. ) dan verwittigt men de groepsleider vooraan zodat deze de gehele groep kan doen halt houden of verzoeken om nog even verder te gaan tot een veilige plek voor de gehele groep gevonden is. Men kan dan altijd te voet terug komen om het verloren voorwerp terug op te rapen… .
    • Beleefdheid is ook een vriendelijk gebaar naar de bestuurders die vertragen wanneer zij een groep ruiters naderen of voorbij rijden
    • Is men in groep onderweg dan is het gewoonweg ondenkbaar :
      • het koppaard (gids/leider) voorbij te steken
      • een andere gang te hebben dan dit van het koppaard (gids/leider)
      • zich te verwijderen van de groep
      • te blijven slenteren om daarna in galop te kunnen vervoegen
    • De groepsleider zal de andere ruiters van elke gangverandering verwittigen door middel van de gebruikelijke of conventionele tekens en niet door luidgeschreeuw.
  1. BIJ DE HALTE
    • De eerste onontbeerlijke vereiste is te zorgen voor het comfort van uw paard vooraleer aan zichzelf te denken!
    • Zich niet in veroverd gebied t beschouwen, wees een "gast" en geen "klant-die-betaalt".
    • De pleisterplaats en de hoeve niet of het bos niet te verwarren met de pleisterplaats-manege of pleisterplaats-hotel. De boer en zijn gezin die u herbergen, de houtvesterij, bewijzen u een dienst u als vrienden bij hen uit te nodigen, u bent geen "klant" , vergeet dat nooit.
    • Alvorens de pleisterplaats te verlaten moet men ervoor zorgen geen afval, vuil of wanorde achter te laten. Ook de paardenmest wordt opgekuist vooraleer weg te rijden. Het enige dat men mag achterlaten zijn "dank u" en "goede herinneringen". Na u komen nog andere ruiters en ook deze verdienen dezelfde goede ontvangst als deze welke u te beurt viel.
    • Indien u tevreden bent over de pleisterplaats, zeg het dan voort (nuttige informatie en goede tips). Hebt u daarentegen opmerkingen te maken, doe het dan (vriendelijk en privaat!) aan de uitbater en/of aan de vereniging.

 

3. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

1. Veiligheidsvoorschriften paarden: Teneinde de mederuiters te verwittigen zullen alle paarden die slaan een rode strik aan de staartwortel , paarden die bijten een rode strik op de maantop, en hengsten een witte strik op de staartwortel dragen. In elk geval gaat men dan op het einde van de groep gaanrijden.

2. Veiligheidsvoorschriften ruiters: Indien de ruiters géén helm dragen, wat welwordt aanbevolen, dan is dit op eigen risico en de organisatie kan hiervoor nietaansprakelijk gesteld worden.

3. Geen alcohol of andere middelen tijdens de tocht. Niet alleen is dit gevaarlijk. Voor zichzelf en anderen, maar ook niet representatief voor de ruitersport in het algemeen.

4. Alle paarden dienen ingeënt te zijn tegen griep - tetanus (attest kan en mag opgevraagd worden bij het vertrek).

5. Bij twijfel over de rijvaardigheid heeft de gids het recht om voor het vertrek de deelnemer aan een kleine rijvaardigheidsproef te onderwerpen en hem/haar desgevallend te weigeren. De groepsleider heeft eveneens het recht om – bij twijfel - een paard welke schijnbaar niet in optimale gezondheid of paraatheid ( beslag, uitrusting ) verkeerd te laten onderzoeken door een veearts respectievelijk een hoefsmid en een rijverbod op te leggen. In eerder vermelde gevallen zal het inschrijfgeld NIET terugbetaald worden.

6. Bij mishandelingen of grove nalatighedenof fouten ten overstaan van het paard of de mederuiters, beledigingen ten overstaan van mederuiters, organisatie, gastheren of groepsleider kan door deze laatste een klacht ingediend worden bij de organisatie.